erkende rasvereniging

Achtergrondinformatie

Apart ras

De Curly Coated Retriever is het oudste retrieverras, in maat het grootste, maar in aantal het kleinste. Elegant en aristocratisch van uiterlijk, onmiddellijk herkenbaar aan zijn aparte astrakan vacht. Een prettige kameraad, waaks maar niet scherp. Actief buiten, rustig in huis. Geschikt om bij de jacht zelfstandig te werken en problemen in het veld zelf te oplossen. Zijn karakter is daarom enigszins onafhankelijk. Hij vraagt om een toegewijde opvoeding en wil respect kunnen hebben voor zijn baas. Wie de juiste toon treft heeft aan de Curly een 'wereldhond'.

Retrieverrassen

Met retriever wordt een type hond aangeduid, dat gespecialiseerd is in het ophalen van wild nadat de jager het heeft aangeschoten. Er zijn zes retrieverrassen. Vier komen uit Engeland. Ronduit populair zijn de Golden en de Labrador Retriever. Wat minder bekend is de Flatcoated Retriever. De Curly Coated Retriever wordt gekoesterd door een wereldwijde, maar beperkte, kring liefhebbers. Uit Canada stamt de kleinste, de Nova Scotia Duck Tolling Retriever, uit de Verenigde Staten de vrijwel alleen in jagerskringen befaamde Chesapeake Bay Retriever.

Retriever als gezelschap

De werkeigenschappen van de Engelse retrieverrassen maken dat zij ook als gezelschapshond plezierige kameraden zijn. Bij het werken wordt een retriever geacht rustig naast z'n baas te blijven zitten tot hij na een commando op zoek mag gaan naar het aangeschoten wild. Een goede retriever heeft 'will to please': hij wil z'n baas graag een genoegen doen. Dat doet hij door het wild snel op te sporen en bij de baas af te leveren. In de dagelijkse praktijk zorgen deze werkeigenschappen ervoor dat een retriever energiek is buiten, op de wandeling, maar daarna rustig in huis. Ze zorgen er ook voor dat de hond graag contact maakt, lichamelijk en geestelijk. Een retriever is vrolijk en gezellig, gericht op harmonie, past zich soepel aan. Kortom: aangenaam gezelschap! Elk retrieverras is een variatie op dit thema.

Uiterlijk

Wat biedt de Curly Coated Retriever? Zijn extra’s zijn om te beginnen z’n maat en z’n waaksheid. In Engeland werd de Curly vroeger door jachtopzieners niet alleen gehouden voor het apporteerwerk. Zijn tweede taak was het stellen van stropers. Dat gebeurde door hen in het donker te besluipen en om te springen, waarna de jachtopziener de overtreder kon aanhouden. De Curly moest dus massa hebben, een potige indruk maken en vanzelfsprekend niet meteen amicaal zijn met vreemden. Curly’s zijn daarom geselecteerd op grootte (reuen 68,5 centimeter schouderhoogte, teven 63,5 centimeter) en op een tegen onbekenden in eerste instantie afwijzend karakter, met een duidelijk waakinstinct. Dat onderscheidt hen van de andere retrievers. Overigens zijn ze met vreemden zó goede maatjes als de baas zegt dat het akkoord is en kindervrienden zijn ze van nature.

Vacht

Verder is de Curly natuurlijk heel apart vanwege z'n vacht. Hij heeft een pak aan van stevige dichte krullen. De vacht is waterdicht (aangenaam bij het waterwerk) en dof (zodat de stroper hem in het donker niet zag naderen). Op z'n hoofd beginnen de krullen vanaf de jachtknobbel, het gezicht is gladbehaard. Het meest komt de Curly voor in zwart; er zijn ook donkerbruine (leverkleurig is daarvoor de vakterm).

Karakter

De Curly is een oud, waarschijnlijk het oudste, retrieverras, verwant aan andere krulharige waterhonden. Hij is wat je noemt 'ouderwets': zijn oorsprong ligt in een periode dat nog niet alles snel, snel hoefde. De Curly doet er lang over om volwassen te worden, lichamelijk maar ook geestelijk. Vroeger wilde men honden die zelf konden nadenken. De Curly is intelligent en wil graag z'n eigen weg gaan, hij is eigenzinnig en soms best hardleers. Slaafsheid is hem vreemd. Het duurt soms even eer hij ‘will to please’ ten toon gaat spreiden; het kan wel eens veel moeite kosten die aan hem te ontfutselen.

Welke baas

De Curly vraagt om een baas waar hij respect voor kan hebben, die duidelijk is, direct en rustig. Aan een aai en een vriendelijk woord heeft hij regelmatig behoefte, maar tuttelen en troetelen maakt hem onzeker en doet hem geen goed. Is de goede verstandhouding eenmaal bereikt, dan is een Curly een geweldige werkhond en uitmuntend gezelschap. Gauw op hem uitgekeken raak je niet, want bij de opvoeding en training blijft hij lang een beroep doen op je inzet en vindingrijkheid.

Opvoeden

Anders dan z'n wat ruige uitstraling doet vermoeden is de Curly een gevoelige hond, de een wat meer dan de ander. Over het algemeen vraagt de Curly om een vrij zachte, maar wel doortastende en consequente aanpak. Hij is slim en serieus, maar met gevoel voor humor. Lang blijft hij z'n baas uittesten of bepaalde verboden nu echt wel zo gemeend waren. Als Curly-eigenaar moet je over uithoudingsvermogen beschikken, kalm en flegmatiek zijn en vertrouwen op de goede uitkomst. Bij een driftige, bitsige baas trekt de Curly aan de rem en blokkeert.

Trainen

Om goed tot zijn recht te komen moet een Curly lichamelijk en geestelijk actief kunnen zijn. Wie dit ras kiest moet tijd hebben om veel met de hond te wandelen en liefst ook een of andere vorm van werk met hem te beoefenen. Jachthondenwerk is het mooiste, maar training voor gehoorzaamheid of behendigheid is ook prima. Toch is het niet zo dat je een Curly alleen maar als werkhond kunt houden. De meerderheid van de Curly’s is tegenwoordig puur gezelschapshond, tot volle tevredenheid van hun (actieve en sportieve) bazen!

Verzorging

Veel hoeft er aan een Curly niet te gebeuren. De vacht is erg gemakkelijk te verzorgen. Kammen mag niet, nat masseren en knippen wel. Een Curly verhaart, net zoals andere honden, twee keer per jaar. In de ruitijd dwarrelen er wat krullen door het huis, maar die zijn zo op te zuigen. Meestal valt oud haar gemakkelijk uit, maar sommige honden met heel dikke vachten vragen wat hulp. De haren zijn enigszins vettig (uiterst nuttig voor een waterhond), wat betekent dat de vacht onaangenaam zou kunnen gaan ruiken. Dat is te vermijden door de normale, wekelijkse verzorging: nat maken van de pels, die daarna met de vingertoppen wordt gemasseerd. Dood haar en rommel blijven aan de natte handen zitten en na de behandeling is de vacht weer fris en mooi in de krul. Wekelijks even de oren nakijken is ook belangrijk. Heeft de hond een dikke vacht waarin dood haar blijft vastzitten, dan is het geoorloofd hem aan het einde van de ruitijd één keer door te kammen. Zo verniel je wel de krullenstructuur, maar die krijgt de hond weer terug bij de wasbeurt die deze grote schoonmaakbeurt afrondt. De Curly is een elegante hond, een mooi strak krullenpak ondersteunt dat beeld. Om dat te bereiken dienen flosjes aan de oren, wapperende haren aan de staart en pieken op het lijf en aan de benen regelmatig met een kappersschaar te worden weggeknipt. Dat kan de eigenaar makkelijk zelf doen en kan al bij de jonge hond worden aangeleerd. Niet bij elke hond groeit de vacht even snel en overvloedig, maar ten minste eens per zes tot acht weken een knipbeurt is een geweldige opknapper voor het uiterlijk van iedere Curly.